Aletta van Nu Fatima

Fatima Bourri (39) is een echte Amsterdamse met bijbehorende tongval, maar ook met Portugees en Marokkaans bloed. Ze komt al jarenlang op voor de belangen van meiden in Amsterdam, werkte als sociaal cultureel werker intensief samen met deze doelgroep. Sinds een jaar is ze docent op de Hogeschool van Amsterdam. Fatima zegt over zichzelf: ‘Ik ben echt een bruggenbouwer, altijd op zoek naar connecties. Ik wijs mensen erop dat het ook anders kan, er zijn altijd twee perspectieven.’

Fatima Bourri © Katharina PöhlmannFatima Bourri © Katharina Pöhlmann
Fatima’s ouders kwamen in de jaren zestig als arbeidsmigrant naar Nederland en leerden elkaar kennen op hun werk in een groot hotel. Beiden ongeschoold maar met de sterke wil een goed bestaan op te bouwen. Haar Portugese moeder had al een heel leven achter de rug voor ze naar Nederland kwam: ze emigreerde op jonge leeftijd met haar toenmalige man naar Angola op zoek naar geluk, ze kreeg twee dochters maar verloor haar man aan malaria. Na terugkomst in Portugal liet ze haar dochters achter bij haar schoonmoeder en vertrok naar Nederland in de hoop op een beter leven. ‘Ze is hier gekomen in haar uppie,’ aldus Fatima, ‘erg moeilijk en dapper. Ze is echt een bikkel. Een hele sterke vrouw ondanks het feit dat ze niet geletterd was.’

Fatima groeide op in een gemengd gezin met liefdevolle ouders. Ze proefde als jong meisje van twee geloven, het katholieke geloof van haar moeder en (half)zussen en het islamitische geloof van haar Marokkaanse vader. Op haar zeventiende koos Fatima definitief voor de islam: ‘Vanaf mijn vijftiende ben ik me gaan verdiepen in deze godsdienst en op mijn zeventiende dacht ik: wie A zegt moet ook B zeggen en ben ik een hoofddoek gaan dragen. Ik koos voor de islam omdat ik de godsdienst verbindend vond. Eén God voor allen, dat was voor mij zo’n volledig plaatje. Toen ik die hoofddoek ging dragen vroeg mijn vader me waar ik mee bezig was, of dit wel zeker was wat ik wilde. Het was een onzekere tijd, maar toen ik de keuze eenmaal had gemaakt gaf dat een hoop rust en stabiliteit.’

De Amsterdamse koos met haar havodiploma op zak voor de opleiding pedagogiek. Via vrijwilligerswerk in het meidenwerk maakte ze kennis met het jongerenwerk. Ze kreeg een baan aangeboden en ging in Bussum aan de slag met de doelgroep waarvoor ze zich nog altijd inzet: een groep meiden uit het asielzoekerscentrum samen met allochtone meiden en een groep ‘blanke’ meiden uit het Gooi. Zeer diverse doelgroepen maar wel erg leuk volgens Fatima. Ze ontplooide activiteiten met hen, sneed onderwerpen aan die voor hen belangrijk waren en waar ze thuis vaak niet over konden praten.

Hoe kwam je terecht in het Amsterdamse meidenwerk?

Ik had het erg naar mijn zin in Bussum maar wilde meer met Amsterdam, dus ik solliciteerde bij een nieuw informatiecentrum gericht op jongeren, the Site (later Stichting Jongerenwerk Amsterdam (SJA)). Site wilde op een leuke manier, vanuit participatie met de doelgroep, activiteiten aanbieden bij jongeren tussen de 15 en 25 jaar. We ontwikkelden activiteiten als Female Power, een project waarbinnen later door meiden het magazine PowerLady werd geïnitieerd.

We hebben bijvoorbeeld ook een uitwisselingsprogramma met Engeland opgezet. Engelse en Nederlandse meiden wisselden daarin informatie uit over onderwerpen die in deze leeftijdsgroep van belang zijn. Deze meiden waren van zeer diverse achtergrond en kwamen dus allemaal met heel andere issues vanuit een ander perspectief. We hebben ontdekt dat het in Amsterdam eigenlijk allemaal nog best wel goed samen gaat in vergelijking met Engeland waar zeer gescheiden van elkaar wordt geleefd, sterk vanuit het gemeenschap denken. Het was interessant om deze uitwisseling te hebben mogen faciliteren.

Chebba Meidenplaza was een van de units binnen SJA, zij richtten zich specifiek op Amsterdamse meiden. Helaas is het nu wegbezuinigd maar we hebben wel bereikt dat de aandacht in Amsterdam op de meiden is gevestigd. Ik heb me onlangs aangesloten bij het landelijke platform Meiden Sterk dat tot doel heeft verschillende gemeenten te wijzen op het belang van meidenwerk in hun gemeente. Het eerste succes is al binnen: de gemeenste Utrecht heeft haar budget op dit gebied verhoogd van 9% naar 20%. Het is ook echt nodig: verschillende onderzoeken wijzen uit dat als jongerenwerkers en hulpverleners zich eerder op deze groep richten, de problematiek minder zal worden.

Maar het hoeft niet perse alleen in de vorm van jongerenwerk, ik zie ook een rol voor het onderwijs weggelegd, zolang het maar meidgericht is. Je ziet dat de commercie haarscherp in de gaten heeft dat er een markt is rond vrouwen als specifieke doelgroep, maar op sociaal-maatschappelijk niveau is zeker nog veel winst te behalen. Bied bijvoorbeeld op scholen specifieke vakken aan op het gebied van vrouwenemancipatie, baat het niet dan schaadt het zeker niet!

Als expert op het gebied van meidenwerk ben je ook betrokken bij het Europese Daphne project. Dit project doet onderzoek naar geweld en discriminatie waar adolescente meisjes en jonge vrouwen uit migrantengezinnen aan worden blootgesteld.

Daphne vind ik echt een mooi project vanwege de participatie van verschillende landen. Er wordt gekeken naar de invloed van een land op de ontwikkeling van de meisjes. Ik heb gemerkt dat Nederland wel een heel vooruitstrevende positie heeft in vergelijking met landen als Italië of Frankrijk. Italië was echt frappant, als je daar als jonge meid een hoofddoek draagt heb je bij voorbaat al nauwelijks kans op een stageplaats. De kansen voor deze meisjes zijn daar heel klein.

Dankzij dit project besef ik wat voor goede positie wij in Nederland op dit gebied hebben. Ik vroeg mijzelf even af of wij nu bevoorrecht zijn of zij achtergesteld, maar ik concludeerde al snel: dit ís mijn recht, zij worden benadeeld. Ik pleit voor een algemeen beleid op het gebied van emancipatie op Europees niveau mits dit bijdraagt aan vrijheid van eigen keuze en gelijke behandeling.

Waar komt de drijfveer vandaan, waarom vind jij de doelgroep meiden zo belangrijk?

Ik zet me in voor vrouwen en het vrouwenwelzijn en streef naar gelijkheid, dat vind ik belangrijk. Het gaat om zelfbeschikking, dat je kan doen waar je zelf voor kiest. Ben je dan een feminist? Het moet om emancipatie gaan, dat beide seksen daar aan werken. Ik kan me totaal niet identificeren met vrouwen die willen voldoen aan het beeld dat mannen van hen hebben, zowel uiterlijk als innerlijk. Dus: zolang ik mijn potje kook en hem tevreden houd, dan ben ik een goede vrouw. Nou, daar ben ik dus allergisch voor. Je moet je niet gaan voegen naar een ander alleen om die ander gelukkig te maken. Maar ik heb het idee dat meiden dat niet eens in de gaten hebben.

Je bent ook medeoprichter van het bedrijfje Speesjaal, dat zich sterk maakt voor een alternatieve hoofddoekendracht.

Ja, dat is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby. We richten ons met Speesjaal via workshops en presentaties op verschillende doelgroepen: vrouwen en eventueel mannen die kennis willen maken met het fenomeen hoofddoek en hoofdbedekking, vrouwen die vanwege haarverlies zoeken naar een andere optie om hun hoofd te bedekken en de wat progressievere moslima’s.

Via Speesjaal proberen we een brug te bouwen tussen mensen die er helemaal niets mee hebben en de hoofddoekdrager. We willen de eerste groep laten ervaren hoe het is om een hoofddoek te dragen in plaats van er direct een oordeel over te hebben. Helaas zijn de activiteiten vanwege tijdgebrek een beetje afgenomen, maar dat is niet de bedoeling. Ik heb nog steeds hart voor deze zaak maar de tijd ontbreekt om er nu meer mee te doen.

In 2010 werd je door de directeur van FNV Vrouwenbond Tineke van der Kraam, samen met andere vrouwen van SJA, uitgeroepen tot rolmodel van het jaar. Afgelopen jaar bezette je de 37ste plek op de 101 kleurrijke vrouwen lijst van Raja Felgata. Zie jij jezelf als een rolmodel?

Rolmodel vind ik lastig. Ik hoor wel van mensen dat ik inspireer vanwege mijn diverse afkomst, omdat ik daardoor altijd eenvoudig vanuit verschillende invalshoeken kan meepraten. Ik ben ook wel bescheiden, ik hoef niet altijd mijn gelijk te krijgen. Een aantal karaktereigenschappen van wie Fatima Bourri is, kunnen als eigenschap van een rolmodel worden gezien. Het hangt er ook vanaf vanuit welke doelgroep je het bekijkt. Ik kan me van jonge meiden voorstellen dat ik door hen eerder als rolmodel wordt gezien en wellicht ook door vrouwen die een maatschappelijke positie ambiëren.

Heb je zelf een rolmodel als voorbeeld?

Ik vind mijn moeder een rolmodel, maar meer als een sterke vrouw, niet zozeer als feminist. Mijn moeder is echt een zorgvrouw. Inhoudelijk kijk ik op naar Fatema Mernissi, een Marokkaanse feministe die De politieke Harem: vrouwen en de profeet heeft geschreven. Ze onderzoekt in haar boek bepaalde overleveringen die de man-vrouw verhoudingen binnen de islam nog steeds dicteren en dat vind ik erg sterk. Dat je als vrouw zijnde zelf op onderzoek uit gaat, op pad gaat en mensen ondervraagt over zo’n thema. Mernissi komt tot de conclusie dat veel overleveringen zwak en onbetrouwbaar zijn omdat ze van schakel op schakel zijn overgedragen.

Het boek was een eyeopener voor mij. Zij en de Egyptische Nawal Al-Saadawi, die zich als arts inzet tegen vrouwenbesnijdenis, zijn een grote bron van inspiratie voor mij. Hun werk maakt mij sterk in mijn overtuiging dat de Islam een vrouwvriendelijke godsdienst is, wat mensen ook zeggen. Beide vrouwen opereren vanuit de kracht van de mens en niet vanuit de zwakte. Dat vind ik erg mooi.

Waar ben je het meest trots op dat je hebt bereikt?

O, dat vind ik een hele moeilijke vraag. Ik ben er namelijk nog niet hè? [Denkt na]. Nou ja, ik ben er wel trots op dat ik samen met een groep andere vrouwen een stempel heb gedrukt, dat we eigenlijk de grondleggers zijn van het gedachtegoed omtrent het meiden specifieke jongerenwerk. Dat we een spoor hebben gecreëerd. Dat we toch samen een stukje geschiedenis aan het maken zijn in Amsterdam rondom de ontwikkeling van meiden, hoe verschillend die aanpak ook kan zijn.

Wat zijn je sterke en zwakke punten?

Ik ben sociaal een sterk persoon. Ik kan eigenlijk wel met iedereen goed overweg en zo niet, prima dan maak ik daar ook geen probleem van. Ik ben denk ik ook echt goed ik bruggen bouwen, het is zo’n metafoor in mijn leven en ik denk ook dat dat mijn rol is in dit bestaan. Mijn zwakkere punt is dat ik niet altijd de betekenis inzie van mijn zijn, dat ik niet altijd inzie wat ik kan betekenen voor mensen. Misschien ben ik gewoon te bescheiden, ik stel me ook niet altijd op de voorgrond op, maar dit ben ik steeds beter aan het ontwikkelen.

Denk je dat je daardoor kansen misloopt?

Beslist, absoluut! Maar het maakt me niet uit omdat er op deze manier ook weer kansen voor anderen komen te liggen. Ik ben niet iemand die gemaakt is voor ellebogenwerk. Dus dat is misschien mijn zwakte, zeker in deze maatschappij waar dat wel van je wordt verlangd, maar ik wil er niet aan mee doen. Op het gebied van meidenwerk wil en kan ik overigens wel gebruik maken van mijn elle bogen, maar met mijn hoofd erbij!

Heb je nog een tip voor jonge, ambitieuze vrouwen?

Ja: live your dream. Als je iets voor ogen hebt, waar je passie voor hebt en waarvan je houdt, dan moet je ervoor gaan. Probeer niet andermans verwachtingen na te streven, maar je eigen droom. Wat ik veel meer zou willen zien is dat vrouwen zich voor vrouwen gaan inzetten. Ik vind dat de jonge generatie zich niet zo sterk inzet voor het vrouwengoed en dat vind ik erg jammer want er zijn helaas nog genoeg obstakels te overwinnen. We moeten het samen doen, voor elkaar.


Kijk hier voor meer informatie over het project DAPHNE III: Neskak Gora