Vacature Projectmedewerker
Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis zoekt een Projectmedewerker (24 uur). Aletta streeft naar een diverse personeelssamenstelling en verzoekt met nadruk zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen te solliciteren.
Wie is Aletta?
Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis (voorheen het IIAV), beheert het meest complete archief van de vrouwenbeweging. Aletta maakt deze informatie voor iedereen toegankelijk. Aletta wil door het bewaren van geschiedenis, inspireren, kennis vergroten over de positie van vrouwen en onderzoek op dit gebied bevorderen. Daarmee wil Aletta bijdragen aan de emancipatie en positieverbetering van vrouwen.Lees meer
De functie
Speerpunten in het takenpakket:
Onderhouden van administratieve organisatie van projecten
Notuleren van vergaderingen die betrekking hebben op projecten
Onderhouden van databases t.b.v. projecten en fondsenwerving
Onderhouden van relatiebestand t.b.v. projecten en fondsenwerving
Voeren van administratie van aan Aletta geliëerde fondsen
Meedraaien in verschillende projecten als administratief medewerker
Administratieve en secretariële ondersteuning van het Hoofd Marketing, Acquisitie en Projecten
Incidentele ondersteuning van de afdelingen PR en Secretariaat
Profiel
Afgeronde relevante MBO+ opleiding
Communicatief sterk en stressbestendig
Kennis van en ervaring met projectmatig werken
Sterk financieel inzicht
In staat zelfstandig en accuraat te werken
Omgevingsgericht en proactief
Goede kennis van en ervaring met geautomatiseerde kantooradministratie (o.a. Word, Excel, Internet)
Goede beheersing van Nederlands en Engels
Het aanbod
Aletta biedt een uitdagende functie voor 24 uur per week in een dynamische, professionele werkomgeving met flexibele werktijden. Arbeidsvoorwaarden volgens CAO-Welzijn, schaal 6 (max. € 2.789 per maand bruto op basis van een 36-urige werkweek), 8 % vakantietoeslag, een eindejaarsuitkering van 8,33 % en opname in het pensioenfonds PGGM. Het dienstverband zal in eerste instantie aan worden gegaan voor de duur van een jaar en kan bij gebleken geschiktheid worden verlengd.De sollicitatieprocedure
Graag ontvangen wij uw reactie vóór 29 september 2010. Gesprekken vinden plaats op dinsdag 5 oktober. Uw sollicitatie en CV kunt u (o.v.v. ‘vacature projectmedewerker’) sturen naar Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis/Sollicitatiecommissie, Obiplein 4, 1094 RB Amsterdam, of per e-mail aan secretariaat@aletta.nu.Indien u naar aanleiding van deze informatie vragen heeft, kunt u tussen 9.00 en 11.00 uur contact opnemen met Antia Wiersma (Hoofd Marketing, Acquisitie & Projecten) op 020-5611289.
Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.
Column Vrouwkje Tuinman
Dichteres, romanschrijfster en columniste Vrouwkje Tuinman gaf tijdens het IIAV debat over 90 jaar vrouwelijk leiderschap in de politiek, op woensdag 13 mei in het Nationaal Archief, met veel humor haar visie op vrouwelijk leiderschap.
Column Vrouwkje Tuinman “Vorige week woensdag probeerde ik voor ongeveer de honderdduizendste keer de
afgelopen maanden een klaverblad bij Maarssen te nemen toen ik van rechts werd
gesneden. Mijn rijleraar zuchtte en verklaarde plechtig dat vrouwen zich
tegenwoordig ook al steeds meer lieten gelden.
Hij had het niet over zijn eigen vrouw, voor wie hij iedere avond kookt.
Hij had het niet over zijn dochter, waarvan hij hoopt dat ze de eerste
vrouwelijke voetbalinternational wordt.
Hij had het al helemaal niet over mij. Toen de in dit geval rode Suzuki Swift
mijn rijbaan kruiste was ik met van alles bezig – terugschakelen, richting
aangeven, de motor niet uit laten vallen, de zijspiegel heel laten, netjes
rechtop proberen te zitten, kijken of degene die achter me reed niet boos op me
was – met van alles bezig kortom, maar niet met me laten gelden.
Vanaf september heb ik met enige pauzes erin in totaal zestig uur autorijles
gehad. Daarvan heb ik er misschien vijf besteed aan het leren tegelijkertijd een
machine te bedienen, verkeersregels te volgen en ook nog vooruit te komen. De
andere vijfenvijftig gingen over wat in de rijlessenbranche besluitvaardigheid
wordt genoemd.
Besluitvaardigheid betekent in de praktijk overwicht. Besluitvaardig rijden
is uitstralen dat jij weet wat je doet, dat je weet waar je heen gaat, dat de
rijstrook waar jij op rijdt van jou is en dat je je geen van die rechten af laat
pakken door wie dan ook.
Van huis uit heb ik wat dat betreft geen slecht voorbeeld. Mijn moeder vindt
dat vrouwen niet kunnen rijden. Dat zegt ze vooral vaak als ze zelf achter het
stuur zit. Mijn moeder is iemand die zonder in paniek te raken het andere
verkeer ophoudt omdat ze anders de straatnaamborden niet kan lezen. Die
achteruit uit een parkeerplaats stormt zonder eerst tien minuten te wachten tot
er geen verkeer aan komt. En die zonder morren bij een stoplicht zoveel
optrekproblemen heeft dat daarna twintig mensen voor rood staan. Zelfs in de
supermarkt zet ze haar wagentje dwars in het pad om ergens bij te kunnen, en dat
alles onder het gevleugelde motto: Ze Wachten Maar.
Zij heeft zes keer rijexamen moeten doen.
Ik ben in december gezakt, omdat ik te weinig zelfvertrouwen uitstraalde.
Ik ben in januari gezakt, omdat ik te weinig mijn plek opeiste.
Ik ben vorige week pas weer begonnen met lessen. Er was niet veel veranderd.
Ik kon nog steeds autorijden – daar is iedereen het al een halfjaar over eens
– maar ik kon het nog steeds maar beter niet doen. Of in elk geval niet zo lang
ik me niet aanpaste aan de rest. Zeg maar die mensen die zonder het aan te
kondigen van rijstrook wisselen. En de mensen die toeteren naar auto’s met de L
van langzaam erop. Die met hun middelvingers en vuisten zwaaien. Het zijn
inderdaad opvallend vaak vrouwen.
Ik ben ook een vrouw. Eentje die nog geen gelegenheid om te stemmen voorbij
heeft laten gaan. Die haar inkomen volledig zelf verdient. Die gelooft in zelf
het verschil maken, of dat nou is door als enige in de straat appelschillen in
de groenbak te doen of door daadwerkelijk folders voor Milieudefensie te
verspreiden. Ik ben al sinds mijn studietijd zelfstandig ondernemer. Ik heb nog
nooit samengewoond. Kortom ik ben een leider, op kleine schaal, maar toch.
Maar de openbare weg is een grote schaal. Stel: ik rijd op een voorrangsweg.
Het woord zegt het al: ik heb voorrang. Op zo’n beetje de hele wereld. Echter,
van rechts zie ik een scooter aankomen. Als vrouw ben ik niet zo goed in
schatten, maar toch schat ik dat de scooter, met twee jongens erop, waarvan er
een zit te bellen, zeker zestig rijdt. En dat we zo’n beetje tegelijk op
hetzelfde punt zullen arriveren, alleen zij vanaf de zijkant, zo ongeveer op de
plek waar mijn rijinstructeur zit.
Er rijdt niemand achter me, dus ik doe iets heel geks. Ik denk: ga maar
jongens, als jullie zo’n haast willen hebben, als jullie je dood willen rijden,
prima, maar niet tegen mijn leswagen. Ik minder snelheid, de scooter scheurt
voor me langs, iedereen blij, toch?
Niet iedereen blij. Dat mag dus niet, zegt mijn rijinstructeur. Ik heb
voorrang, dus ik neem die. Ook in een mogelijk rampzalige situatie. Dat heet
besluitvaardigheid.
Als ik met mijn auto uitstraal dat ik de baas ben op de weg, is de scooter
daar zo van onder de indruk dat ie desnoods een andere route, door de sloot
heen, neemt.
Leiderschap is dus zoiets als jezelf boven de rest plaatsen. Als vinden dat
de wereld achter jou ophoudt.
De patstelling is dat als je mee wilt spelen, je op zijn minst moet acteren
dat je er zo over denkt. In het verkeer hoeft dat maar een halfuurtje, gedurende
je examen. In het echte leven ietsje langer.
Het viel mijn rijleraar op dat vrouwen zich steeds meer lieten gelden. Maar
wat hem opviel, is dat ze cliché mannelijk gedrag beginnen te vertonen. Dat ze
kleine Verdonkjes zijn in het verkeer, die met hun vuist slaan en voor zichzelf
opkomen. Dat al die mannelijke Verdonkjes er al veel langer waren, zien we niet
eens meer.
Afgelopen maandag zat ik weer eens in de auto. Naast mij zat een
examinatrice. Achter haar nog eentje, want CBR-mensen worden zelf ook weer
geëxamineerd. Zwetend onderging ik het klaverblad. Er was een staartje
ochtendspits in de vorm van tientallen vrachtwagens met gierende banden die niet
van zins waren mij ook op de weg te laten. Ik deed alsof ik in de dode hoek
keek. Met mijn ogen half dicht gaf ik gas tot honderd, en schoof toen de rijbaan
naast me op. Er gebeurde niks. Net zoals er verderop, in een woonwijk te
Maarssen, niks gebeurde toen een mevrouw haar kind vooruit stuurde om te kijken
of het al veilig was om over te steken. Ik raasde er zeer krap om heen, het kind
schrok en ik zei koelbloedig: ‘Nou nou.’ De examinatrices begonnen een gesprek
over de moeders van tegenwoordig.
Later biechtte ik mijn moeder op dat ik stiekem mijn rijbewijs had gehaald.
Ze hoopt dat ik zo min mogelijk ga rijden, en als toch, dan heel voorzichtig.”


