Politiek leiderschap
Sinds 1890 heeft Nederland een vrouwelijk staatshoofd. Ook nu nog regeert koningin Beatrix. Alle koninginnen hebben hun eigen stijl van regeren en van leiderschap. We zijn eraan gewend dat Nederland een vrouwelijke leider heeft. Koninginnen in Nederland hebben meer dan alleen een ceremoniële rol, ze zijn onderdeel van de regering.
Vrouwelijke regeringsleiders wereldwijd
Er is een website met alle vrouwelijke regeringsleiders wereldwijd,
zowel vorstinnen als presidenten. Als je deze lijst bekijkt zie je dat er altijd
vrouwelijke politieke leiders zijn geweest. Niet alleen historische koninginnen
en leiders van historische volken, maar ook in de 20ste en 21ste
eeuw kende en kent de wereld veel vrouwelijke politieke leiders. www.guide2womenleaders.com/

In Nederderland echter ...
Nederland mag dan al meer dan een eeuw een
koningin aan het hoofd hebben, een vrouwelijke premier hebben we nog nooit
gehad. Ook vrouwelijke ministers zijn altijd in de minderheid in de Nederlandse
kabinetten. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was Hilda Verwey-Jonker al
wel gepolst voor een ministerspost. Naast de moeite die veel mannen met een
vrouwelijke minister gehad zouden hebben, is niet helemaal duidelijk waarom haar ministerschap niet door
is gegaan. Misschien wilde ze zelf niet,
ze had een gezin met 4 jonge kinderen. En misschien wilden haar partijgenoten, de sociaal-democraten, liever
iemand die minder vernieuwend was. De eerste vrouwelijke minister in Nederland
was uiteindelijk Marga Klompé.Lees de korte biografieën van Wttwaall van Stoetwegen, Klompé, Kroes, Dales, Terpstra, Halsema en van Oranje
Wat is vrouwelijk leiderschap?
Er is veel geschreven over de aard van vrouwelijk politiek leiderschap. Wat
is het precies ? Hebben vrouwen een andere stijl van leiderschap ? Sommige
auteurs zeggen dat de stijl van leidinggeven van vrouwen meer emoties toelaat
en een meer menselijke kant heeft. Of is
het leiderschap van vrouwen niet anders dan dat van mannen? Een vrouw die zich
daadkrachtig betoont en macht wil uitoefenen wordt al snel als een 'bitch'
gezien. Bij mannen worden deze eigenschappen vaker als positief beoordeeld. De politiek
is een mannencultuur en dat is eigenlijk de hele twintigste eeuw zo gebleven.
De weinige vrouwen die tegen de stroom in toch doordrongen tot het
mannenbolwerk van de politiek werden door hun mannelijke collega’s met
argusogen bekeken. Ze moesten niet te ambitieus, niet teveel op de voorgrond treden,
niet te mooi, niet te lelijk, niet te dom, maar ook niet te slim zijn.
Hilda Verwey-Jonker (medeoprichter
van de Partij van de Arbeid en lid van
de Eerste Kamer van 1954 tot 1957) zei eens het volgende :
‘voor de emotionele geaardheid van vrouwen zijn mannelijke collega’s soms heel bang. Het belet hen candidaten onder hen te zoeken. Men vindt haar vaak ook te fel. Met de eerste vrouw in de Eerste Kamer, Mevrouw Pothuis Smit, wilde de helft van de heren geen kennis maken en deze heren voerden 17 jaar geen gesprek met haar’

Opboksen
Vrouwen die zich in de politieke arena hebben begeven moesten dan ook vaak
opboksen tegen vooroordelen van hun mannelijke collega’s, zeker in de
beginperiode. Het algemeen kiesrecht voor
mannen werd in Nederland ingevoerd op 12 december 1917. Tegelijkertijd met de
invoering van het onvoorwaardelijk stemrecht voor mannen kwam er het passief
vrouwenkiesrecht. Dit wil zeggen dat vrouwen wel gekozen konden worden, maar
zelf niet mochten stemmen. Suze Groeneweg werd in 1918 namens de SDAP de eerste
vrouw in de Tweede Kamer. In 1919 kregen vrouwen ook het actief kiesrecht.
Vanaf dat moment mochten vrouwen ook zelf hun stem uitbrengen. Aletta Jacobs
was een van de vrouwen die zich had ingezet voor het verkrijgen van het
kiesrecht voor vrouwen. Meer over Aletta Jacobs en het vrouwenkiesrecht




Suze Groeneweg
Aletta Jacobs